Vanaf 1 januari 2026 gelden er weer een aantal aanpassingen in de energieprestatieregelgeving (EPB) in Vlaanderen. In vergelijking met eerdere jaren zijn de wijzigingen deze keer vrij beperkt, maar ze zijn wél nuttig om te kennen als je een nieuwbouw- of renovatieproject start

Tot nu toe werd bij een WKK-installatie alleen gekeken naar het rendement voor verwarming, zonder rekening te houden met de elektriciteitsproductie.
Vanaf 2026 wordt het totale rendement meegenomen (dus ook de elektriciteit die geproduceerd wordt). Dit levert een gunstiger resultaat op bij de EPB-rekening voor gebouwen met WKK.
👉 Voor bouwheren betekent dit dat projecten met WKK’s vaak beter scoren in de EPB-berekening dan voorheen.
Er was onduidelijkheid over hoe kelders en ondergrondse parkings meegeteld moesten worden in de EPB-berekening. Vanaf 2026 is het duidelijk:
Alleen sterk geventileerde ruimten tellen als “buitenomgeving”.
Kelders zonder sterke ventilatie worden niet meer automatisch als buitenomgeving beschouwd.
👉 Dit zorgt voor meer consistentie bij de berekening van transmissieverliezen (warmteverlies via constructie).
Voor elke nieuwe of grondig energetisch gerenoveerde woning verschijnt er vanaf 2026 op de startverklaring en het EPC-document een nieuwe, vereenvoudigde berekening van het benodigde verwarmingsvermogen. Dit wil zeggen:
Er komt een indicatie van hoeveel vermogen je warmteinstallatie (zoals een warmtepomp) nodig heeft.
Dat maakt het eenvoudiger om vanaf het begin de juiste grootte van je verwarmingssysteem te kiezen.
👉 Dit is geen extra verplichting voor de EPB-norm zelf, maar het helpt je wél om beter voorbereid te zijn bij het ontwerp.
Hoewel de wijzigingen niet zo ingrijpend zijn als in eerdere jaren, zijn ze wel relevant:
✔️ Ze zorgen voor meer duidelijkheid en consistentie in EPB-berekeningen.
✔️ Ze kunnen voor sommige projecten leiden tot betere scores in de EPB-aangifte (bij WKK-installaties).
✔️ De nieuwe indicatieve warmteverliesberekening geeft je handvaten bij de keuze van systemen zoals warmtepompen
